Weerkunde (01)


Wie zich wil verdiepen in contrails, luchtvaartwolken en -smog, kan op het internet, in de bibliotheek en bij weerclubs veel materiaal vinden. Hieronder maak ik dankbaar gebruik van een selectie uit het Weerkundig Woordenboek, waarin korte en heldere definities, omschrijvingen en toelichtingen staan. In het woordenboek staat alles keurig alfabetisch geordend, maar hieronder heb ik de definities en toelichtingen in een logischer volgorde gezet om wat meer inzicht te verschaffen in het ontstaan en (mogelijke) effecten van contrails. 

NEWI Meteo Fijnaart: Weerkundig woordenboek

Aėrosol
De algemene benaming voor de zwevende deeltjes die in lucht te vinden zijn. Aėrosolen komen zowel van nature voor (bijv. als gevolg van zandstormen, bosbranden en vulkanisme) als door menselijke activiteiten (in de lucht gebracht door o.a. fabrieksschoorstenen en uitlaten van auto's). Ze zijn van grote betekenis in de atmosfeer, waar ze onder meer een belangrijke rol spelen bij de condensatie van waterdamp tot waterdruppels en de vorming van ijskristallen. Aėrosolen treden dan op als condensatiekernen.

Contrail
Vliegtuigcondensatiestreep. Genoemd als afkorting van 'condens trail'.
Vaak ontstaan ze door directe overgang van water in ijs (bevriezing) en deels ook wanneer waterdamp direct in ijs overgaat (sublimatie). Blijft de contrail langer dan 10 minuten zichtbaar dan spreken we van een persistente contrail.

Persistente contrail
Een contrail (vliegtuigcondensatiestreep) die langer dan 10 minuten zichtbaar blijft.
De persistentie is voornamelijk afhankelijk van de vochtigheid van de omgevingslucht en de windsnelheid. Is de lucht bij aanvang erg vochtig dan zal de contrail minder snel oplossen. Een luchttemperatuur van tussen de -50°C en -60°C en een relatieve vochtigheid van tenminste 80% zijn ideale omstandigheden voor de vorming van persistente contrails. Bij -45°C tot -50°C zijn de contrails vaak zwak en kort persistent.

Condensatiekernen
Zijn uiterst kleine (hygroscopische) deeltjes, zoals stof en zout, die in de lucht aanwezig zijn waarop waterdamp neerslaat en wolkendruppeltjes zich vormen.

Condenseren
Overgang van gasvormige naar vloeibare toestand. Is het tegengestelde van verdampen

Condensatie
Natuurkundig proces. De overgang van water in dampvormige toestand naar vloeibare toestand. Dit doet zich voor als het dauwpunt wordt bereikt: de temperatuur waarop de lucht is verzadigd met waterdamp. Condensatie kan ontstaan door afkoeling van de lucht en door toename van het gehalte waterdamp in de lucht. Afkoeling treedt op bij uitstraling, bij opstijging en bij menging of botsing met koudere luchtsoorten. De toename van het gehalte waterdamp in de lucht ontstaat als de lucht wordt gemengd met vochtiger lucht of door verdamping van vocht aan het aardoppervlak. Condensatie vindt meestal plaats rond condensatiekernen en is een exotherm proces (er komt warmte vrij).

Condensatieniveau
Is de hoogte waarop de lucht volledig verzadigd is met waterdamp. Het is op deze hoogte dat de wolkenbasis zich bevindt bij convectieve bewolking (cumulus / cumulonimbus).

Condensatietemperatuur
Temperatuur waarbij condensatie plaatsvindt. Deze temperatuur hangt af van de relatieve vochtigheid van een bepaalde hoeveelheid lucht. Droge lucht moet veel verder afkoelen alvorens de waterdamp condenseert.

Condensatiewarmte
Warmte die vrijkomt bij condensatie. Ten gevolge van het vrijkomen van deze latente (verborgen) warmte zal bij stijgende luchtbewegingen de omringende lucht minder snel afkoelen of zelfs weer iets in temperatuur stijgen, waardoor de convectie wat verder wordt versterkt.

Tropopauze
De bovenste begrenzing van de troposfeer. Bevindt zich op een hoogte van circa 15km. Daarboven bevindt zich de
.

Troposfeer
De onderste laag van de dampkring. Boven de polen ± 8 km dik; boven Nederland (op 52° N.B.) ± 12 km dik en in de tropen ±16 km dik.

De Atmosfeer
De samenstelling van de atmosfeer ziet er als volgt uit: stikstof 18%, zuurstof en edelgassen 21%. Argon 1%. Kooldyoxide 0,03%

Stikstof en Argon hebben een vast percentage. Het Zuurstof-en Kooldyoxide- percentage is afhankelijk van de plantengroei. Verder zitten er in de atmosfeer stofdeeltjes als zand, as, zout, waterdruppels en ijskristallen. De stofdeeltjes zijn van belang voor de condensatie van de waterdamp.

Cirrus (Ci)
Behoort tot de familie van de hoge bewolking. Vederwolken. Behoort tot de categorie van de hoge wolken (meestal boven de 6km). Cirruswolken vertonen vaak een vezelige, vaak gesluierd uiterlijk. Ze bestaan geheel uit ijskristallen. Dichter wordende cirrus wijst soms op de nadering van een warmtefront en gaat over in cirrostratus. Eveneens kunnen bij dichte cirrus optische verschijnselen waargenomen worden zoals halo′s en bijzonnen.

Cirrocumulus (Cc) 
Behoort tot de familie van de hoge bewolking. Band van dunne, witte wolkenplukjes (schapewolkjes), banken of laag van wolken zonder schaduwing op zeer hoog niveau. Bestaat uit zeer kleine elementen in de vorm van korrels, ribbels, enz., al of niet gescheiden en min of meer regelmatig gerangschikt; de meeste elementen hebben een schijnbare afmeting van minder dan een graad. Meestal op een hoogte van meer dan 6km. Ze bestaan volledig uit ijskristallen.

Cirrostratus (Cs) 
Behoort tot de familie van de hoge bewolking. Doorzichtige of doorschijnende, witachtige wolkensluier met vezelachtig (haarachtig) of effen uiterlijk, die de hemel geheel of gedeeltelijk bedekt en waarin veelal haloverschijnselen zichtbaar zijn. Deze sluierachtige wolken waarheen de zon of maan doorheen schijnt bestaan volledig uit ijskristallen.

Industriėle cumulus
Soms te zien in het Botlek-gebied. Door de uitstoot van warmte en vocht ontstaat op beperkte schaal convectie, waardoor in een overigens strakblauwe hemel alleen boven het industriegebied enkele cumulus-wolken ontstaan. Een enkele keer kan daar zelfs een kleine bui uit vallen.

In cloud scavenging
Ook 'cloud scavenging' genoemd. De aanwezigheid van polluerende deeltjes in de atmosfeer (o.a. condensatiekernen) binden waterdamp waarna druppeltjes worden gevormd en de wolk 'regent uit'. De lucht wordt 'gereinigd'.

IJswolk
Wolk waarin alleen maar ijskristalletjes voorkomen. Boven het nulgra denniveau zijn de wolkendruppels in onderkoelde toestand. Hoe lager de temperatuur in de wolk, des te groter de kans dat de onderkoelde waterdruppels bevriezen. Boven een zekere hoogte (niveau) zal al het onder koelde water overgaan in ijs. De temperatuur waarbij dat gebeurt, varieert sterk van wolk tot wolk, namelijk van -15 tot -40°C. In de meeste wolken zullen echter bij een temperatuur lager dan -23°C alleen maar ijskristallen voorkomen.

IJsdriehoek
Luchtlaag op enige hoogte, waarin de temperatuur beneden 0°C is, terwijl de luchtlagen eronder en erboven warmer zijn. Op een Θ s,p-diagram heeft de temperatuurkromme in dat gebied de vorm van een driehoek. Een ijsdriehoek kan aanleiding zijn tot de vorming van ijzel. Neerslag die uit de erboven gelegen warme laag valt, wordt in de koude luchtlaag onderkoeld. Voor de luchtvaart is dit fenomeen ook tamelijk gevaarlijk, omdat de vliegtuigen in zon ijsdriehoek extra veel last hebben van ijsafzetting.

Natte lucht (ook: vochtige lucht)
Mengsel van droge lucht en bij de heersende temperatuur en luchtdruk maximale hoeveelheid waterdamp; zgn. verzadigde lucht, waarin zich bovendien nog watedruppeltjes en/of ijsdeeltjes bevinden.

Neerslag
Alle mogelijke vormen van waterdeeltjes, zowel vloeibaar als vast, die uit de atmosfeer neervallen of –slaan en het aardoppervlak bereiken.

Neerslagelement
Regendruppel, sneeuwvlok of hagelsteen.


METEOROLOGIE

(bron: http://www.xs4all.nl/~wielr/Handboeken/HBLVO/HBLVO-Deel2.html")

De Atmosfeer
De samenstelling van de atmosfeer ziet er als volgt uit: stikstof 18%, zuurstof en edelgassen 21%. Argon 1%. Kooldyoxide 0,03%

Stikstof en Argon hebben een vast percentage. Het Zuurstof-en Kooldyoxide- percentage is afhankelijk van de plantengroei. Verder zitten er in de atmosfeer stofdeeltjes als zand, as, zout, waterdruppels en ijskristallen. De stofdeeltjes zijn van belang voor de condensatie van de waterdamp.
De luchtdruk in onze omgeving is gemiddeld 1013 mb (mili-bar). Op de gehele aarde bedraagt de luchtdruk 1016 mb. Op 5½ kilometer hoogte is de luchtdruk 500 mb.
De atmosfeer bestaat uit lagen met bijzondere eigenschappen. Vanaf het aardoppervlak treffen we achtereenvolgens Troposfeer - Tropopause - Stratosfeer (tot 80 kilometer hoogte) - Ionosfeer (gaat geleidelijk over in interplanetaire ruimte) aan.

Zonnewarmte
43% van de zonnestraling komt op het aardoppervlak. Er is evenwicht tussen de zonnestraling en de uitstraling.

Het Weer
Het weer wordt bepaald door de weersverschijnselen of elementen zoals luchtdruk, windrichting en windkracht, temperatuur, bewolking en neerslag.

Onderverdeling meteorologie

  1. Klimatologie
    Klimatologie is de leer van het klimaatgemiddelde. Weerstoestand, normaal verloop en afwijkingen hiervan. We werken hier met zeer lange waarnemingsreeksen. Voorbeelden zijn landklimaat, zeeklimaat, enzovoorts.
  2. Synoptische meteorologie (gelijktijdige meteorologie)
    Synoptische meteorologie is het zich bezighouden met weerstoestanden over een groot gebied. Hieruit komen de weersvoorspellingen. We krijgen die voorspellingen door regelmatige, gelijktijdige waarnemingen, die worden opgemaakt om 06.00 uur - 12.00 uur - 18.00 uur en 24.00 uur. De waarnemingen worden naar een centraal punt gezonden. Hier stelt men er weerkaarten van samen en geeft men de weersverwachting.
  3. Aerologie
    Aerologie heeft betrekking op de hogere luchtlagen; waarnemingen worden gedaan met behulp van luchtballonnen met radiosondes.
  4. Maritieme meteorologie
    Maritieme meteorologie is de meteorologie boven het zeeoppervlak. De stichter hiervan is Maury, een Amerikaan van de U.S. Navy.

http://www.meteo.nl/bijzo nder/klimaat/vliegtuigstr epen09102002.wn
Roetdeeltjes kunnen fungeren als condensatiekernen. De toenemende luchtvochtigheid en de beschikbaarheid van ... is de bijdrage van luchtvaart-CO2 goed voor 2 tot
http://www.meteo.nl/bijzonder/klimaat/vliegtuigstrepen091020...


Zonnig, of met vliegtuigstrepen? - 31-03-2005, 14:42 uur
(Bron: Meteo Uithuizen)
De zon zal de komende dagen de hoofdrol spelen. Een blauwe lucht hoort daarbij. Of die lucht werkelijk alleen maar blauw toont, is echter nog de vraag. In veel gevallen worden zonnige dagen toch enigszins 'gesluierd' door de aanwezigheid van vliegtuigstrepen. We gaan in dit verhaal wat dieper op die zogeheten contrails in.

Contrails zijn een veel voorkomend fenomeen in Nederland. Soms zijn de vliegtuigstrepen slechts kort, maar vaak blijven ze lang hangen en waaieren ze zelfs uit waardoor de zon behoorlijk wordt afgeschermd. De mate waarin de contrails de zon tegen houden hangt af van de hoeveelheid vocht die zich in de lucht bevindt op de hoogte waarop de vliegtuigen zich voort bewegen.

Daar waar witte strepen kriskras door elkaar heen aan de lucht verschijnen, zijn er vele vliegtuigen gepasseerd. De witte strepen zijn kunstmatig opgewekte wolken, gevormd door de uitlaatgassen van vliegtuigmotoren. Het woord 'contrail' is een samenvoeging van condensation (condensatie en dus wolkenvorming) en trail (spoor).

De sporen worden gevormd tussen 8 en 10 kilometer hoogte, daar waar de lucht zeer koud is en het meer dan 40 graden vriest. Een kenmerk van koude lucht is dat het maar weinig waterdamp kan bevatten. Als er een beetje vocht wordt toegevoegd vindt er al snel condensatie, oftewel wolkenvorming, plaats. We zien dat proces onder andere bij de binnenkomst van een warmtefront. Een warmtefront komt eerst in de hogere luchtlagen binnen en daarna pas op lagere niveau's. Daardoor zien we al vele uren voordat het op de grond gaat regenen, in de hogere luchtlagen een vertroebeling van de lucht optreden. Dat zijn de zogeheten cirrus- of sluierwolken.

Als een vliegtuig zich door de lucht verplaatst is daar uiteraard brandstof voor nodig. Dit leidt net als het autoverkeer tot uitlaatgassen. In de uitlaatgasen vinden we roetdeeltjes, kooldioxide, verschillende chemische substanties en water. De combinatie van vocht (damp), roetdeeltjes (dienend als condensatiekernen) en een koude omgevingslucht leiden tot de vele vliegtuigstrpen.

Hoe lang een 'spoor' blijft hangen is afhankelijk van de vochtigheidsgraad van de lucht op grote hoogte en de hoeveelheid wind aldaar. Als de atmosfeer bijna verzadigd is (en dat is zeer snel op 9 a 10 kilometer hoogte) dan kunnen de strepen langer blijven hangen. Als de atmosfeer droog is, dan vindt er snelle menging van de vochtige lucht uit de uitlaat plaats.

Contrails vormen de laatste jaren steeds meer een element in de klimaatdiscussies. Niet alleen vanwege de vervuiling die uit de vliegtuigen komt, ook door de wolkenvorming.

Het aandeel bewolking is in de geindustrialiseerde landen significant toegenomen door deze contrails. In sommige druk-bevlogen gebieden (denk aan New York of Parijs) zelfs met 20%! Deze toename aan bewolking leidt onder andere tot het nog niet zo lang bekende effect van 'global dimming'. Waar het bij global dimming om gaat is de verminderde zoninstraling en de effecten die dat heeft op de temperatuur aan de grond, de mate van verdamping van (zee)water en de fotosynthese bij planten.

Vliegtuigstrepen wekken bij sommige mensen behoorlijke ergernis op. Niet in de laatste plaats bij badgasten die op een zonnige zomerdag door het intesieve vliegverkeer de zon achter de contrails zien verdwijnen. Of er de komende dagen veel strepen aan de lucht te zien zullen zijn is nog onzeker. Waarschijnlijk neemt de luchtvochtigheid richting zondag dermate toe dat het 'lijnenspel van de luchtvaart' weer te zien zal zijn.

Bron: Meteo Consult

Copyright © 2003-2004 by Meteo Uithuizen | Versie 1.00


Wolkenindeling op z'n retour. Blijvend van nut voor weerliefhebbers
Kees Floor, Zenit mei 2005.
Wolken vormen een vertrouwd beeld aan de hemel. Sommige zijn ronduit saai, andere vertonen schitterende vormen. Allemaal beschikken ze over prachtige, Latijns aandoende namen, die zijn terug te voeren op het werk van de Engelse apotheker Luke Howard. De uiteindelijke versie van de wolkenclassificatie heeft meer dan een eeuw dienst gedaan. Het belang ervan neemt nu snel af, maar voor veel weerliefhebbers blijft het de kapstok waaraan zij de gevarieerde verschijnselen aan de wolkenhemel kunnen ophangen. [..]
In de uiteindelijke wolkenclassificatie, die nog steeds wordt gebruikt, is een vierde element toegevoegd: de hoogte waarop de onderkant van de bewolking zich bevindt (zie diagram). De vezelachtige bewolking zit het hoogst; Latijnse namen van hoge bewolking beginnen daardoor steeds met cirr-. Bewolking op middelbaar niveau kreeg een aan het Latijn ontleend voorvoegsel alto-. Daardoor is voor de derde categorie, de lagere bewolking, geen voorvoegsel meer nodig.[..]

7. Cirrostratus ziet er meestal uit als een doorzichtige, witachtige, egale wolkensluier; vandaar de Nederlandse naam 'melklucht'. De bewolking zit op meer dan 5 km. hoogte en bevat daardoor alleen ijskristallen. Vaak zijn fraaie, kleurige lichtverschijnselen zichtbaar, zogeheten halo's, waarvan de bekendste variant een kring om de zon of maan is. Doordat cirrostratus erg dun is, kan zo'n kring soms de enige aanwijzing zijn voor de aanwezigheid van cirrostratus.
10. Cirrus bevindt zich boven 5 km. hoogte en bevat uitsluitend ijskristallen. De bewolking heeft meestal de vorm van fijne witte draden of smalle banden. Cirrus wordt gekenmerkt door een vezelachtige structuur en een tint van zijdeglans. Doordat er op de hoogte waarop deze wolk voorkomt, vaak veel wind staat (soms tot wel 75 m/s), wordt de bewolking en de lichte sneeuw die eruit valt maar de grond nooit bereikt, uitgewaaierd over de hemel. (meer beelden).
Bron: http://www.keesfloor.nl/wolken/zenit.htm

Vliegtuigwolken.
'In onze tijd van druk vliegverkeer is de vorming van vliegtuigwolken een verschijnsel dat ons allen vertrouwd is geworden', zo schreef Minnaert in 1975 in het tweede deel van De Natuurkunde van 't vrije veld. Uit zijn beschrijving van het verschijnsel kun je opmaken dat hij met veel plezier de vorm en het gedrag van deze kunstmatig opgewekte bewolking heeft bestudeerd. Inmiddels is het vliegverkeer drastisch toegenomen. De vertrouwdheid met vliegtuigwolken is er nog steeds, maar het enthousiasme is tanende. In de komkommertijd tijdens de zomervakantie bevatten de opiniepagina's van de dagbladen geregeld inzendingen van lezers die door het verschijnsel een zonnige dag aan hun neus voorbij zien gaan. Ook wie de sterrenhemel wil waarnemen, is niet blij met de extra bewolking die de vliegtuigen veroorzaken. Daarnaast zijn de contrails, zoals de vliegtuigwolken ook wel genoemd worden, in een kwaad daglicht komen te staan door een mogelijke rol bij klimaatveranderingen.
(Bron: http://www.keesfloor.nl/artikelen/zenit/cotra/index.htm )

 

Vliegtuigwolken hangen op vlieghoogte, zo'n 8 tot 12 km hoog; ze ontstaan in delen van de dampkring waar het min 40 graden is of kouder. De vliegtuigwolken bestaan dan ook hoofdzakelijk uit ijskristallen. De vereiste vlieghoogte werd voor de eerste maal bereikt in de Eerste Wereldoorlog; de oudste waarnemingen van vliegtuigwolken dateren van 1915. Sinds de jaren zestig van de vorige eeuw zijn ze een geregelde verschijning geworden aan de hemel. Vanaf dat moment is het vliegverkeer per jaar gemiddeld 9% toegenomen.
Vliegtuigwolken beginnen op een afstand van 10-30 m achter de motoren van het toestel en kunnen onder daarvoor gunstige omstandigheden tientallen tot honderden kilometers lang worden. Daardoor zijn ze soms ook urenlang zichtbaar.

Satellietbeelden
De condensatiesporen van vliegtuigen zijn op satellietbeelden geregeld waar te nemen. Meestal gaat het om rechtlijnige, dunne strepen (figuur 1). Het duidelijkst zichtbaar zijn ze op infraroodbeelden (niet afgebeeld). Op deze beelden heeft bewolking bij de gebruikelijke zwart-wit weergave een tint die lichter is naarmate de temperatuur lager is. Vliegtuigwolken zijn betrekkelijk koud; de temperatuur bedraagt zoals we zagen hooguit min 40 graden. De vliegtuigen trekken daardoor op infraroodbeelden dunne witte strepen, die zich duidelijk aftekenen tegen de donkerder grijstinten van aardoppervlak en lager gelegen bewolking.
Onder bepaalde omstandigheden zijn vliegtuigwolken eveneens zichtbaar op zichtbaarlichtbeelden van satellieten; daarbij is wel een hoge resolutie en een contrasterende ondergrond vereist. Evenals een waarnemer vanaf het aardoppervlak door verwaaiende vliegtuigwolken heen de blauwe hemel kan zien, is van boven af het aardoppervlak zichtbaar door uitwaaierende contrails. Daardoor zijn de contrasten tussen vliegtuigwolk en ondergrond gewoonlijk minder groot dan op infraroodbeelden. Als de vliegtuigwolken zich boven andere wolken bevinden zijn ze niet of nauwelijks te zien, tenzij ze een schaduw werpen op die onderliggende bewolking.
Naast de gewone, rechtlijnige vliegtuigwolken, worden in uitzonderlijke gevallen, afhankelijk van vluchtpatroon en wind, ook spiraalvormen waargenomen. Figuur 2 geeft een voorbeeld. Zo'n patroon ontstaat als het vliegtuig 'in de holding' hangt en rondjes vliegt. Zonder wind zou een cirkelvormige contrail te zien zijn, met wind ontstaat een spiraal. In het geval van figuur 2 stond er op de vlieghoogte van ongeveer 9 km een noordelijke wind van 110 km/h.

Ontstaan
Vliegtuigwolken bestaan grotendeels uit ijs. Dat blijkt zowel uit metingen ter plekke als uit het optreden van bijzonnen en andere haloverschijnselen in de contrails; van haloverschijnselen is namelijk bekend dat ze zich uitsluitend voordoen in ijskristallen. Toch vormen zich in de waterdamp die bij de verbranding in de motoren vrijkomt, eerst waterdruppeltjes. Dat komt doordat ijskristallen alleen direct uit waterdamp kunnen ontstaan met behulp van zogeheten sublimatiekernen en die zijn vrij zeldzaam. Ook bij de vorming van wolkendruppeltjes zijn kernen nodig, maar deze zogenoemde condensatiekernen zijn meestal overvloedig aanwezig: zelfs buiten de uitlaatgassen van vliegtuigen bevat lucht gewoonlijk al zo'n honderd condensatiekernen per cm3 die geschikt zijn om druppelvorming op gang te brengen. Bovendien vraagt de directe overgang van waterdamp naar ijs om een hogere luchtvochtigheid dan de overgang van waterdamp naar vloeibaar water, dus is de keuze voor de atmosfeer niet zo moeilijk. De waterdruppeltjes kunnen ontstaan doordat de lucht in de warme, vochthoudende uitstoot van de vliegtuigmotoren bij menging met de koude omgevingslucht tijdelijk oververzadigd raakt ten opzichte van waterdamp.
De waterdruppeltjes bevriezen overigens snel; bij temperaturen van min 40 of daaronder zijn daarvoor geen vrieskernen meer nodig. Zolang er nog vloeibaar water in het condensatiespoor aanwezig is, groeien de ijskristallen aan ten koste van de overgebleven wolkendruppeltjes. Boven ijs is de dampspanning namelijk lager dan boven vloeibaar water; ijs trekt daardoor als het ware de waterdamp bij de waterdruppeltjes naar zich toe. Na verloop van tijd is er in de vliegtuigwolk geen vloeibaar water meer over.
Het verschil in dampspanning boven water en boven ijs maakt ook dat ijskristallen kunnen overleven in gebieden waar waterdruppeltjes verdampen en waar het dus, afgezien van de condensatiesporen van de vliegtuigen, onbewolkt is. Vliegtuigwolken die zich lang handhaven, bevinden zich steeds in lucht die oververzadigd is voor ijs, maar nog niet verzadigd voor vloeibaar water. Als de lucht wel verzadigd zou zijn ten opzichte van vloeibaar water, zou er allang bewolking zijn. De voor de vorming van vliegtuigwolken vereiste omstandigheden komen in de atmosfeer op vlieghoogte geregeld voor: naar schatting 10-20% van de tijd. De contrails treden vooral op in een zone direct voor het gebied van de hogere bewolking van een warmtefront; daarnaast doen ze zich voor aan de zuidzijde van de straalstroom en zo nu en dan tevens in heldere lucht ver weg van depressies.

Literatuur:
Floor, K., 1997, Ongebruikelijke tintencombinatie op set satellietfoto's : wit op IR, donker op VIS; Meteorologica 6 (2).
Minnaert, M., 19753, De natuurkunde van 't vrije veld 2: geluid, warmte, electriciteit; Zutphen, Thieme & Cie, 196-197
Minnis, P., 2003, Contrails; in: Holton, J.R., Curry, J.A. & Pyle, J.A., Encyclopedia of Atmospheric Sciences, Vol 2, 509-520 Amsterdam, Academic Press.
Schumann, U., 1996, On conditions for contrail formation from aircraft exhausts, Meteorol. Zeitschrift, N.F. 5 (1), 4-23

Onno van Oostveen: 'Nodeloze irritatie door vliegtuigwolken', met onderstaande mouse-over:

 


 

   

Contrails are Bad News